

Het is een bekend beeld: politie-agenten die als struikrovers in civiele dienstauto’s heimelijk naast brave burgers gaan rijden, gluren of die op hun mobiel zitten en dan 250,- euro van het huishoudbudget roven.
Het feit dat dit heimelijk en in niet-herkenbare voertuigen gebeurt, – omdat bestuurders als zij een herkenbaar politievoertuig zien, gelijk hun mobieltje neerleggen – toont dat de politie ervan uitgaat dat bellende en appende bestuurders voldoende omgevingsbewustzijn hebben, om tijdig de nadering van een politievoertuig op te merken. Hoe valt dat te rijmen met de veronderstelling dat mobiel bellen en appen een risico voor de verkeersveiligheid is, omdat mensen die dat doen niet voldoende op hun medeweggebruikers letten?
Het mobiele struikroven heeft voor onze laffe en principeloze agenten een dubbel voordeel: ze kunnen makkelijk ‘scoren’ bij hun leidinggevenden en ze lopen weg van het risico dat ze lopen, wanneer ze inbrekers, vechtjassen en pooiers aanpakken.
Terwijl 95% (!) van de misdrijven tegen eigendommen – dat wil zeggen diefstal, inbraak en dergelijke – in Nederland niet wordt opgelost, loopt de politie stelselmatig te controleren of je op je mobiele telefoon zit tijdens het rijden.
Tegenwoordig beroven ze zelfs tieners, die na school op de fiets naar huis op hun GSM kijken.
Deze 21-eeuwse vorm van middeleeuws struikroven moet per direct worden verboden. De definitie van de overtreding klopt al niet: ‘Het kort vasthouden van de mobiele telefoon’. Dat is de definitie van een risicoloze handeling. Je houdt hem kort vast, niet lang. Dat veroorzaakt dus geen gevaar op de weg.
Het eerste probleem van de strafbaarstelling van het ‘kort vasthouden van de mobiele telefoon’, is de aanname dat smsen, appen of mobiel bellen met de telefoon in de hand gevaarlijk is.
Dat is onjuist. De strafbaar gestelde gedraging is alleen gevaarlijk, als de bestuurder door het lezen, typen of bellen wordt afgeleid en als door die afleiding risico ontstaat.
Dat is in 90% van de gevallen niet zo. Dus worden sowieso al in 90% van de gevallen onzinboetes uitgedeeld. Onzinboetes zijn een vorm van gelegaliseerde diefstal. Je pakt iets af dat niet van jou is en je doet dat zonder reden.
Een uitgeprocedeerde illegaal heeft, puur vanuit menselijk oogpunt, nog meer moreel recht om een brood uit een winkel te stelen, dan een agent om een onzinboete op te leggen.
De strafbaarheid van mobiel bellen tijdens het rijden is alleen te verdedigen, indien het ‘kort vasthouden van de telefoon’ in vergelijking met andere vormen van afleiding die niet strafbaar gesteld zijn, een verhoogd risico veroorzaakt.
Dat is echter geenszins het geval. Ruzie maken in de auto; je mat rechttrekken, als die verschoven is; voorover buigen, in je dashboardkastje kijken en er iets uit nemen; cd’s verwisselen; bij de pomp gekochte, in plastic verpakte eetwaren openmaken en verorberen: het zijn allemaal handelingen die net zo ‘gevaarlijk’, dat wil zeggen net zo ongevaarlijk zijn als smsen en appen.
Ook zou ‘kort vasthouden’ in vergelijking met andere verkeersgedragingen een exceptioneel risico moeten opleveren en dat is niet het geval. Dat is al niet het geval, omdat in de echte werkelijkheid – dus niet het juridische construct van de werkelijkheid dat gebruikt wordt als motivatie voor de strafbaarstelling van relatief onschuldige gedragingen, waardoor de burger kaalgeroofd kan worden – andere verkeershandelingen vaker voorkomen, vaker en tot groter risico leiden en veel gevaarlijker zijn.
Het zou nog enigszins te rechtvaardigen zijn, als de politie een boete zou opleggen in gevallen, waarin door het sms-en geen statistisch, maar een reëel gevaar ontstaat, bijvoorbeeld dat iemand gaat zwabberen of te weinig afstand houdt.
Dat zijn echter gedragingen die door niet-smsende of appende weggebruikers in net zo, zo niet grotere getalen worden vertoond, dan door personen die dat wèl doen.
Het ‘kort vasthouden van de telefoon’ kan alleen strafbaar gesteld worden, indien het leidt tot een reëel risico dat, in vergelijking met andere verkeersgedragingen een relatief grote dreiging vormt en dat is geenszins het geval. Andere verkeershandelingen, die vaker voorkomen en tot groter risico leiden, worden immers niet strafbaar gesteld.
Veel moderne auto’s hebben ook een ingebouwde navigatie met bedieningsscherm, die zich onder het niveau van het zicht op de weg bevindt. Daar mogen automobilisten legaal op kijken en typen, ook al hebben ze daardoor minder zicht op de weg, dan als ze sms-en met de telefoon voor hun neus.
Dus het bedienen van je boordcomputer is gevaarlijker dan sms-en en app-en met de GSM voor je neus of bellen met de GSM aan je oor.
Ook verkeershandelingen die wèl strafbaar gesteld zijn en tot veel mèèr risico leiden, worden minder beboet en minder bestraft. Bijvoorbeeld bumperkleven. Dat is ergernis nummer 1 van de Nederlandse automobilist, maar daar doet de politie niets mee
In Rusland zei men vroeger over een man die zijn vrouw sloeg: ‘nje bjosj, nje ljoebisj’. ‘Sla je haar niet, dan hou je niet van haar’. Dat lijkt in Nederland het parool te zijn van de overheid tegenover haar burgers
Net zoals het in Rusland niet zelden de vrouwen waren, die deze uitdrukking huldigden, is een deel van de Nederlandse automobilisten ervan overtuigd dat de overheid mobiel bellen en smsen aan het stuur zo zwaar bestraft, omdat zij ten diepste met hun welzijn begaan is.
Maar dat is niet het geval, want dezelfde instantie die absurde boetes uitdeelt, omdat zij zoveel geeft om uw veiligheid, laat keer op keer seriële verkrachters en seriemoordenaars vrij uit inrichtingen. Soms tot twee keer toe uit dezelfde locatie, waarna de lustmoordenaars verder gaan met aanranding en moord, zonder dat de directeur van de inrichting ook maar wordt ontslagen.
Binnen de verkeerswetgeving zorgt de overheid bovendien zelf vaak voor gevaar op de weg. Zo heeft een of andere criminele, dan wel debiele ambtenaar onlangs de regelgeving voor het rijden op een rotonde gewijzigd.
Een deel van de automobilisten geeft daardoor niet meer aan of ze rechtdoor gaan of linksaf slaan. Als je volgens de oude regels hebt leren rijden, verwacht je als je de rotonde opgaat dat je tegenliggers bij links of rechts afslaan hun knipperlicht gebruiken en bij rechtdoor gaan niet. Dus als hij niks aangeeft, gaat hij rechtdoor en kun jij van de andere kant alvast de rotonde op.
Dat is nu veranderd. Het jongere deel van de bestuurders geeft geen richting aan en laat het aan u over om te anticiperen of ze rechtdoor of driekwart rond gaan. Daardoor ontstaan regelmatig reëel gevaarlijke situaties, want de helft van de automobilisten denkt dat hij net als vroeger de rotonde op kan als de tegenligger geen richting aangeeft.
Een typisch voorbeeld van de combinatie van ongezond verstand en dwang, met destructieve gevolgen, die zo kenmerkend is voor de Nederlandse overheid.
Verder heeft de ziekelijk hoge boete van 250 euro de perverse consequentie dat, waar bestuurders vroeger met hun mobiel onder hun neus zaten te appen zodat ze rondom de telefoon zicht op de weg hadden, ze dat nu onder het niveau van het dashboard doen om de walgelijke boete te voorkomen, die de fiscale SS-ers als het moet meedogenloos aan alimentatiebetalende vaders en alleenstaande moeders opleggen.
Tenslotte vormen de pathogene financiële sancties van de overheid een directe aanslag op de gezondheid van de onderklasse en van de middenklasse. 250 euro is wat een werknemer uit de middenklasse netto per week overhoudt na aftrek van de andere walgelijke lasten en heffingen. Voor een uitzendkracht of uitkeringstrekker is het wat hij per maand overhoudt voor zijn boodschappen. Voor een alimentatiebetalende gescheiden vader, is het direct een schuld. Die kan dat helemaal niet betalen.
Als je 250 netto kwijt bent, moet je dat 500 bruto bijverdienen. Wanneer? Hoe dan? Als de overheid geen tientjes, maar honderdjes uit het budget van de burgers rooft, rooft ze weken, zo niet maanden van hun jaarinkomen.
Als je zoveel geld rooft van je burgers, kunnen ze geen gezond voedsel meer kopen, want dat is duurder dan GMO-voedsel. Kunnen ze de tandarts niet meer betalen, dus rot hun gebit weg. Kunnen ze geen Thomas Cook meer boeken, dus kopen ze Jack Daniels.
Gisteren hebben we het oerwoud aan regels en wetten besproken, waarmee de overheid in Nederland – en in andere Europese landen – het maatschappelijke leven probeert te verstikken.
De overheidsuitgaven nemen sinds eind 19e eeuw schrikbarend toe. Tussen 1870 en 2000 zijn de overheidsuitgaven toegenomen van rond 10% van bet Bruto Binnenlands Product (BBP) naar rond de 50%.
Het BBP is alles dat personen en bedrijven in één jaar tijd produceren. Daar nam de overheid dus in 1870 een tiende van en nu de helft. In een relatief korte periode van de menselijke geschiedenis, namelijk van nog geen anderhalve eeuw, is dus een explosieve groei van de omvang van de overheid te zien.
De mensheid is zo’n 200.000 jaar oud, maar in de afgelopen 150 jaar, dus binnen 0,1% van de geschiedenis van de mens, is de overheid vervijfvoudigd.
Hoe is dat gebeurd?
Dat is in de eerste plaats gebeurd, omdat het mogelijk was. Door de voortschrijdende ontwikkeling van onze beschaving, door de ontwikkeling van de moderne kennis – wetenschap, kunst en religie – heeft de mensheid de middelen verworven om steeds meer macht uit te oefenen over zijn omgeving.
De uitbreiding van de macht van de overheid, zoals die wordt aangegeven door de toename van de overheidsuitgaven, heeft ook te maken met het beginsel dat macht nodig is om meer macht te genereren. Als het bijvoorbeeld gelukt is om in de 19e eeuw Nederland te centraliseren, is er dus een veel groter apparaat beschikbaar om daarmee de resterende, nog niet gecontroleerde sectoren van de samenleving aan het centrale gezag te onderwerpen.
Het is een min of meer doorlopende tendens, waar je bepaalde historische gebeurtenissen uit kunt lichten. In de 20e eeuw vormde de Eerste Wereldoorlog de grote aanzet tot verdere centralisering. Veel maatregelen uit dat conflict zijn nooit ongedaan gemaakt. Zie daarvoor de video’s van The Corbett Report.
Uit dat conflict kwamen bovendien nieuwe, totalitaire ideologieën en regimes voort, zoals communisme, fascisme en nationaal-socialisme. En de aanzet tot een wereldregering in de vorm van de Volkerenbond.
Uit de Eerste Wereldoorlog kwam de Tweede Wereldoorlog voort. En daaruit de Koude Oorlog, de Val van het Communisme en de Wolfowitz-doctrine, die stelt dat de VS geen rivaal meer op de wereld mogen dulden, die even sterk zou kunnen worden als voorheen de Sovjet-Unie (1922-1992).
Maar nu deze ideologieën verslagen lijken te zijn, gaat de expansie van de overheid, die het grondprobleem vormt voor de benarde positie van het individu, min of meer door. De crisis heeft voor een tijdelijke gedeeltelijke daling van de overheidsuitgaven gezorgd, maar het basisprobleem is nog niet opgelost.
Waar zal het eindigen?
Ofwel de groei van de overheidsuitgaven gaat in het zelfde tempo door en zal binnen anderhalve eeuw 100% van het BBP bereiken. Dat kan natuurlijk niet, maar dat is wel de koers, waarop we nu liggen.
Het is niet moeilijk om te zien, waar dat zal eindigen. In verstikking van alle menselijke vrijheid, uitpersing van de menselijke productiviteit. In een planetaire dictatuur. Waarbij de meerderheid van de wereldbevolking als vee zal worden beheerst en bestuurd. En uiteindelijk natuurlijk in opstanden en bloedige repressie.
Traditioneel trekken staten die geconfronteerd worden met overweldigende interne hervormingsbewegingen echter vaak ten strijde.
Daarom is het ook een mogelijkheid dat er een nieuw mondiaal conflict komt, waarin de mensheid wordt uitgedund. Na zo’n conflict, dat makkelijk 1 tot 2 miljard slachtoffers kan kosten, krijgt de mensheid dan een nieuwe kans om een maatschappij in te richten die wèl gebaseerd is op vrijheid.
Eerlijk gezegd staat dat nieuwe mondiale conflict al in de steigers. Het is gepland voor 2022.
Het hoeft natuurlijk niet in dat jaar plaats te vinden, maar het zal zeker komen, als het zo doorgaat.
Daarin zullen de restanten van ‘socialisme’ en ‘kapitalisme’ tegen elkaar worden uitgespeeld en verdwijnen.
Er is een correlatie tussen de groei van de overheid, de invloed van de defensie-industrie op het bestuur en de expansie van monetaire macht door de centrale banken enerzijds, en de huidige conflictopbouw anderzijds.
Dat is, omdat oorlogen een katalysator vormen voor centralisering van de macht, voor onderwerping van de maatschappij aan het zich uitbreidende centrale gezag.
Men kan er een complot in zien – en dergelijke complotten zijn er zeker – maar centralisering ontstaat in laatste instantie doordat burgers vrijwillig afzien van vrijheid.
In vrijheid zijn mensen ‘naar Gods beeld gemaakt’. In slavernij worden zij echter tot dieren. Dat kan niet anders.
Omdat God de geschiedenis uiteindelijk stuurt, zal de mens toch tot zijn Schepper terugkeren en een vrije samenleving stichten.
Maar als de mens de komende jaren blijft afzien van zijn vrijheid en in zijn rol van ‘burger’ toestaat dat de macht zich verder uitbreidt over Europa (EU) en de overige werelddelen (VN) en in zijn eigen land, stad en dorp, dan zal vrijheid komen nadat de mens eerst door oneindig veel leed heen zal schrijden.
Het schip van de Franse en Nederlandse overheid moet worden afgetuigd, zodat we door de storm van de aanstaande economische crisis kunnen komen.
Op dit moment wordt de dynamiek van het economische, sociale en individuele leven van de Nederlandse en Franse burgers op talrijke punten stukgeregeld. Enkele voorbeelden:
Een psychopathische ambtenaar heeft een regel bedacht, dat café’s in Frankrijk hun afwas niet meer met een theedoek mogen doen. Als de vaat gewassen is, moet zij drogen in een afdruiprek. Er worden natuurlijk onmiddellijk NSB-types gevonden die in hun rol als inspecteur van de overheid die regels gaan uitvoeren. Wordt er de eerste keer een theedoek aangetroffen, dan volgt een waarschuwing. De tweede keer een boete. De derde keer wordt het café vernietigd, door middel van intrekking van de vergunning.
Beste lezers, dit is terreur. Destructieve terreur die het sociale weefsel van de samenleving kapot maakt. De overheid werkt hier niet structurerend, zij werkt hier vernietigend.
In Frankrijk kunnen arme mensen geen auto meer rijden, omdat de milieu-eisen voor de kleine autootjes, waar ze in rond tuffen, zijn verhoogd. Daardoor komt dat segment – autootjes van 500 tot 1000 euro – sinds enkele maanden niet meer door de keuring. Vervolgens werd ook nog de accijns verhoogd en de rest is U bekend.
Dat kwam overigens bovenop inbreuk op het privé-eigendom doordat je verkoop van een stuk grond aan een dorpsgenoot aan een commissie (de ‘Safer’) moet voorleggen die een andere koper kan voorstellen (substitutie) of zelfs de prijs kan veranderen (dat houd je toch niet voor mogelijk). Je mag dus niet je parkeerplek aan je buurman verkopen, zonder tussenkomst van de Franse overheid. Dat kost tijd en daar zijn uiteraard kosten aan verbonden. En daar worden medemensen aangesteld om op kosten van de Franse belastingbetaler te beslissen of het perceeltje aan die persoon voor die prijs verkocht mag worden. Onnodig afpakken van geld en vrijheid van de burger.
Verder mag je in je dorp op het Franse platteland geen tuinafval meer verbranden, ook niet, als je buren er geen last van hebben. Dus moet je op zaterdag in de rij staan bij de milieustraat, in plaats van tijd met je gezin door te brengen. Tenslotte mag je van de ecofascisten het vleermuizennest niet meer van je veranda verwijderen, omdat vledermuizen volgens nieuwe wetgeving ‘niet verstoord’ mogen worden. Uiteraard met een afschuwelijk boete, als je het toch doet en wordt betrapt of verklikt.
In Nederland moet je een vergunning aanvragen voor het plaatsen van een dakkapel aan je eigen huis of het kappen van een boom in je eigen tuin. In veel gemeentes kun je 8 makkelijk maanden wachten op zo’n vergunning.
Als je dak- of thuisloos bent, kun je bij de gemeente een briefadres aanvragen. Als je dat krijgt – en dat is niet zeker – mag de gemeente er een maand over doen om de bevestigingsbrief te sturen. Een maand? In die tijd kan een dakloze die niks te vreten heeft creperen.
Een vriend van mij – de voormalige tolk van de Nederlandse ambassade in Boedapest die nota bene boeken van György Konrád heeft vertaald – kwam berooid terug uit Hongarije om in Nederland een uitkering aan te vragen. Deze man had zijn hele leven hard gewerkt en belasting betaald en had recht op een uitkering. Vervolgens gingen allerlei duurbetaalde ambtenaren in Soest kijken hoeveel hij zou moeten krijgen en redenen bedenken om zijn uitkering te korten. Een medewerker van de gemeente vroeg hem onder andere om te bewijzen dat hij geen auto bezat in Hongarije. Dat soort subtiel sadistische vragen. De uren die deze ambtenaren hebben besteed aan hun ‘onderzoek’, vormen een kostenpost waarvan mijn vriend een jaar lang als een vorst had kunnen leven. Na een paar maanden keerde hij verbitterd terug naar Hongarije, waar hij nu linzen eet.
Ook als ik kijk naar mijn persoonlijke ervaring van de afgelopen 5 jaar, zie ik verschillende voorbeelden van destructieve overheidsinterventie. In 2017 werd mijn zorgverzekering geannuleerd, omdat ik tijdelijk geen adres had. Ik kon mij om juridische redenen niet uitschrijven uit Nederland en door persoonlijke omstandigheden mijn zorgverzekering tijdelijk niet betalen.
Ik ben zelden of nooit ziek en heb dus geen zorgverzekering nodig. Doordat ik toen in Frankrijk woonde, maar in Nederland ingeschreven stond, kwam ik niet in aanmerking voor een uitkering. Ik kreeg toen twee ‘bestuurlijke boetes’ wegens het niet hebben van een zorgverzekering. In 2009 is het verplicht gesteld om een zorgverzekering te hebben. Dat wist ik niet. Je moet dus een zorgverzekering hebben.
Ik kreeg daarom twee boetes van bijna 400 euro per stuk die ik ook niet kon betalen en die daarom werden verhoogd tot 1100,- euro. Daar werd onmiddellijk overheidsgeweld op losgelaten: dreigementen, aanmaningen, boetes, geld afpakken van mijn bankrekening, zodat ik geen benzine meer kon kopen om naar mijn werk te rijden.
Er werd zelfs een deurwaarder naar de persoon gestuurd die voor mij een briefadres voerde. Dat was illegaal. Zijn enige verantwoordelijkheid bestond er namelijk uit dat hij als briefadresverstrekker mijn post moest doorsturen en desgevraagd mijn verblijfadres doorgeven. De deurwaarder stuurde hem een exploot en dreigde – volgende week vrijdag – met politie en officier van justitie langs te komen, de deur forceren en zijn huis leeg te halen.
Ik heb toen een briefje gestuurd dat ik dan aangifte zou doen van diefstal met braak, want de persoon die mijn briefadres voerde, was niet aansprakelijk voor mij. Toen trokken ze hun dreigement in.
Ik heb de boete – en talrijke andere boetes – moeten betalen, zodra ik weer wat geld had, waardoor ik opnieuw in financiële problemen raakte.
Dat is volstrekt immoreel: de overheid die de burgers dwingt om een contract aan te gaan met een particuliere onderneming. Tegen de wil en op straffe van het ruïneren van de desbetreffende persoon. 1100,- boete voor het niet hebben van een ziektekostenverzekering.
Ik ben nu dwangverzekerd en mag mijn verzekeringspakket niet zelf samenstellen of wijzigen. Fysiotherapie – het enige waar ik wel eens gebruik van maak – zit er niet in, bijvoorbeeld, en ik mag niet bijbetalen om het erbij te nemen. De premie mag niet maandelijks worden afgeschreven, maar wordt geïnd door het Centraal Justitieel Incassobureau (!).
De overheid gedraagt zich hier als criminele organisatie. Deze wet moet onmiddellijk worden afgeschaft. Het is eigenlijk bizar dat de Staten-Generaal zo’n wet überhaupt aannemen. Dat toont dat onze gekozen volksvertegenwoordigers corrupt zijn. Waarom zou je de lobby van de zorgverzekeraars anders wetten laten schrijven?
Een tweede voorbeeld is het feit dat ik me in Nederland van oktober 2018 tot en met januari 2019 niet mocht inschrijven op het adres, waar ik tijdelijk verbleef. Het plekje waar ik sliep was namelijk ‘geen woonbestemming’. Dat is opnieuw schandalig. De overheid mag niet via een bestemmingsplan bepalen wat een burger wel of niet mag doen op zijn eigen terrein. Ik sliep boven de garage naast het woonhuis, mocht me niet inschrijven en moest oppassen voor verklikkers. De barmhartige mensen die mij onderdak verleenden, zouden een boete kunnen krijgen, als de overheid erachter kwam. Barmhartigheid wordt in Nederland dus door de overheid afgestraft, door de barmhartige te geselen met boetes en ellende. De Nederlandse overheid straft zijn burgers, als zij een medeburger helpen.
Een derde voorbeeld is even onbetekenend, als illustratief. Om auto te kunnen rijden, moet je ook in Nederland een APK hebben. De eisen van de APK zijn absurd.
In oktober 2017 bleek er bij de APK een miniem scheurtje te zitten in de veiligheidsgordel van de achterbank van mijn geliefde auto. Het is natuurlijk schandalig dat het dragen van een autogordel ooit verplicht is gesteld, want het betreft een keuze voor je eigen veiligheid en het is dus je eigen verantwoordelijkheid en gaat de rest van de wereld niets aan. De garage belde me echter op dat de hele auto niet door de APK kon, omdat de achterbankgordel ietsje was versleten. ‘Ik zou me er niet aan ophangen’, zei de monteur, ‘maar als ik net op dat moment controle krijg, dan kan ik mijn vergunning kwijtraken’. Hij kon een nieuwe veiligheidsgordel bestellen, maar dat kostte 300 euro en duurde 3 weken. Ik kon dat niet betalen, – want ik was net door onbekende mannetjes bij Breda gesandwiched en tegen de vangrail geramd, met 2100 euro niet vergoede schade tot gevolg – en ik had geen tijd, want ik moest aan het einde van de week terug naar mijn werk in Frankrijk. Maar gelukkig was er een oplossing: de achterbank kon eruit gesloopt worden, op dat moment kon dan de APK afgegeven worden, daarna kon de bank er weer ingezet worden en dan was het wel reglementair. 100 euro extra arbeidsloon en dan was het varkentje gewassen.
Maar er was helemaal geen ‘probleem’ en er hoefde dus geen ‘oplossing’ te komen. Dit soort dingen zijn een fantoom, gecreëerd door de overheid. Door overheidsterreur moest de garage een kunstgreep toepassen en werd ik voor 100 euro afgezet, terwijl ik nauwelijks te vreten had en mijn auto nodig had om op mijn werk te komen.
Dit is slechts een handvol willekeurig gekozen voorbeelden, die u kunt aanvullen met talrijke voorbeelden uit uw eigen leven en dat van mensen die u kent. Of u kunt de Telegraaf lezen of een andere krant, waarin dit soort regeldruk eruit gelicht wordt.
Zinloze regels werken chaotiserend op het sociale leven. Ze werken verlammend op de economische bedrijvigheid. Ze zijn vernederend voor burgers die hun tijd, geld en intelligentie moeten aanwenden om op straffe van afgrijselijke boetes aan zinloze regels te voldoen.
Ze werken ook conditionerend. Als u op de A-12 van Driebergen-Zeist naar Maarn rijdt, mag u ofwel 100 ofwel 130 km per uur. Als het 100 is, worden alle drie de rijbanen opengesteld. Als het 130 is, wordt de linker rijbaan met een rood kruis afgesloten – uiteraard met smerige boete, als u die rijbaan toch gebruikt – en blijven twee rijbanen over. Maar dat is niet logisch. Als u harder mag rijden, heeft u meer bewegingsruimte nodig om veilig te rijden. Het zou dus precies andersom moeten zijn. In dit geval werken de zinloze regels zo, dat een groot deel van de burgers bewust of onbewust wordt geconditioneerd om zinloze aanwijzingen fysiek op te volgen. De burger went eraan om zijn kritische vermogens uit te schakelen en in het algemeen absurditeiten te accepteren.
We kunnen iets doen aan de absurde regels, waarmee de overheid het sociale leven in het Westen probeert te ontregelen.
Ten eerste is er de revolutionaire weg: U kunt gewoon weigeren. Als voldoende mensen weigeren, zal de overheid u niet straffen, omdat er dan te veel verzet komt en niet iedereen in de gevangenis gegooid kan worden.
Ten tweede is er de weg van het abrogatief referendum. Dat is het afschaffen per volksstemming van verouderde wetten of regels. Dit instrument kan op nationaal, provinciaal en locaal niveau worden ingezet.
Dat houdt in dat op nationaal niveau de wet op de verplichte zorgverzekering per referendum per direct wordt afgeschaft. Op provinciaal niveau kan per referendum de interventie van de provinciale overheden in de achtertuin van de burgers worden gestopt door die bevoegdheid in te trekken. De APK kan per referendum worden gereduceerd tot wat het eigenlijk is, namelijk een keuring om te garanderen dat het voertuig geen gevaar vormt voor medeweggebruikers.
Op plaatselijk niveau kan per referendum worden ingegrepen op het gebied van woningbouw, dat nu een voedingsbodem biedt voor eentweetjes tussen wethouders en projectontwikkelaars. Bijvoorbeeld doordat de gemeente meer grond vrijmaakt voor woningbouw. Het oogmerk mag niet winst zijn, – want het gaat om gemeenschappelijke grond en de overheid is geen onderneming -, maar het creëeren van woonruimte voor alle burgers. Een idee is om de grond te schenken, beschikbaar te stellen of voor een zacht prijsje te verkopen aan een associatie die er – niet gehinderd door overbodige eisen en reglementen – tegen lage kosten elementaire woningeenheden in realiseert.
De overheid maakt momenteel misbruik van de door haarzelf teweeggebrachte woningnood, door te speculeren met grond en toekomstige huiseigenaren uit te persen, nog voordat het huis ook maar is gebouwd. Mensen die in Almere een eigen huis willen bouwen, moesten deze week ineens bijna het dubbele betalen voor hun grond en haakten af.
Als we uitgaan van de nood van de ander en van minimalistische eisen, kunnen we in plaats van voor honderduizenden euro’s, voor tienduizenden euros een woning neerzetten. Alles is mogelijk, als de bestuurlijk rompslomp wordt weggesnoeid.
Om vrijheid en democratie in Nederland te herstellen, moeten niet alleen zo snel mogelijk referenda ingevoerd worden, maar dient de overheid zelf teruggebracht te worden tot het meest noodzakelijke.
Directe democratie kan alleen vanuit liberaal oogpunt ingevoerd worden. Het doel is om elkaar eten, drinken en onderdak te geven. En daarvoor moet 90% van de regels worden weggekapt. Dan krijgt het individu weer persoonlijke, professionele en financiële ruimte.
Midden tijdens de zogeheten Fortuyn-revolte van 2002 riep toenmalig premier Wim Kok een keer vertwijfeld uit: “Er is geen alternatief voor de sociaaldemocratie!”.
Zo redelijk als die uitspraak klonk – en nog steeds klinkt – toont zij precies waar de zwakte van het huidige bestel zit. Namelijk in de overtuiging van de gevestigde politiek en bij een deel van de opinion makers dat we in een soort perfect bestel leven, dat hoogstens hier en daar wat bijgeschaafd mag worden, maar geen enkele fundamentele wijziging nodig heeft.
Zo’n opvatting, die het politieke bestel als het ware buiten de evolutie plaatst, wordt na verloop van tijd zelf de oorzaak van steeds toenemende onvrede en uiteindelijk van zijn eigen teloorgang.
De samenleving verandert immers, en als de politiek niet mee verandert, wordt die stabiliteit de oorzaak van onvrede en dus van instabiliteit in de toekomst.
Nederlanders kunnen als consument online hun sportschoenen ontwerpen en bestellen, maar ze kunnen als burger niet op beleid stemmen. Dat is een sterke discrepantie tussen de economische ontwikkelingen en de politieke realiteit.
In de representatieve democratie kiest de burger een persoon of partij om hem bij het landsbestuur te vertegenwoordigen. Hij heeft echter geen enkele garantie dat de door hem gekozen regering de maatregelen zal nemen die hij wenst en geen maatregelen zal nemen die hij niet wenst. Hij stemt immers op een persoon en heeft geen invloed op wat die persoon met dat mandaat gaat doen.
Dat maakt gekozen politici gevoelig voor lobby’s van grote bedrijven, banken, milieugroeperingen, etc. Het leidt er niet zelden toe dat parlementen in West-Europa wetten aannemen die geen draagvlak hebben in de samenleving of zelfs haaks staan op wat de meerderheid van de bevolking wenst.
Tijdens de kiezersopstand van 2002 zocht een groot deel van de volkswil een uitweg uit deze democratische impasse door zijn hoop te vestigen op een even charismatische als controversiële leider, die inderdaad op koers lag om de verkiezingen te winnen, toen hij plotsklaps werd geliquideerd.
Deze kiezers van Fortuyn kozen voor een 20e-eeuwse oplossing voor het 19e-eeuwse probleem van de democratische legitimiteit. Hoe kan ervoor gezorgd worden, dat in een democratie, – letterlijk de ‘heerschappij van het volk’ -, beslissingen genomen worden, waarin de wil van de kiezer tot uitdrukking komt?
Het democratisch deficiet bestaat nog steeds. Anno 2018 moeten wij daar echter een 21e-eeuwse oplossing voor kiezen. Deze is simpel: geef het volk macht.
Geef het volk directe democratie. Laat de kiezer rechtstreeks op beleid stemmen. Geef het volk referenda. En maak die bindend. Dividendbelasting afschaffen? Referendum. VN-overeenkomst over migratie? Referendum. Nederlandse F-16’s naar Syrië? Referendum. BTW-verhoging op levensmiddelen? Referendum.
Doordat het beleid voortaan door het volk zelf wordt bepaald, krijgt het legitimiteit.
Bovendien neemt het de voedingsbodem weg voor populistische partijen en populistische politici, zoals die momenteel in een aantal EU-lidstaten in opkomst zijn, want de volkswil komt middels de uitslag van bindende referenda tot uiting in het beleid zelf en heeft geen bemiddeling of bemiddelaar meer nodig.
Dit stelsel heeft als bijkomend voordeel dat het electoraat zelf verantwoordelijk gemaakt wordt voor het gevoerde beleid en zich niet meer kan verschuilen achter zijn vermeende machteloosheid tegenover de klasse van regenten die de dienst uitmaken. Het volk kan gaan leren van zijn eigen fouten.
Er zijn genoeg experts die kunnen uitleggen hoe directe democratie werkt en genoeg landen waar deze of gene vorm van directe democratie in de praktijk uitstekend blijkt te werken.
In Frankrijk heeft onderwijzer en publicist Étienne Chouard bijvoorbeeld een suggestie gedaan voor het burgerinitiatief, dat zou kunnen bestaan uit de volgende bindende referenda:
Het burgerinitiatief kan als aanvulling op de representatieve democratie gebruikt worden. Bovenstaande vier instrumenten banen de weg voor een eerste voorzichtige expressie van de volkswil.
Daarnaast kan gewerkt worden aan verdere democratisering van het openbaar bestuur, bijvoorbeeld in de vorm van de instelling van gekozen burgemeesters, gekozen provinciale bestuurders en een gekozen staatshoofd of tenminste een gekozen premier.
Geef het volk daadwerkelijke macht, dan hoeft u nooit meer bang te zijn dat er uit het niets een leidersfiguur zoals Pim Fortuyn zal opstaan die het gehele bestel aan het wankelen brengt.